Er klonk al een koor

Bij binnenkomst klonk een Russisch koorlied.
Niemand zong mee.

Twaalf mensen kwamen binnen,
Drie waren er al eerder
Sommigen kwamen voorzichtig.
Sommigen alsof ze hier per ongeluk waren beland.
Dat waren ze ook.

Er stonden stoelen.
Er lagen liedboekjes.
Er was thee.
Er was tijd.

Ik vertelde iets over het film- en koorproject.
Over een groot verhaal.
Over een pop.
Over slow motion.
Over dat we uiteindelijk misschien wel door het land zouden reizen met een film en een live koor.
Dat idee bleef even in de lucht hangen.
Mensen begonnen te glimlachen.
Alsof ze zichzelf daar al zagen zitten.
In een andere stad.
Op een podium.
Zonder precies te weten hoe.

We lazen het verhaal van Geen Gezicht.
Over iemand die niemand wil worden.
Over ontmoeten zonder naam.
Over blijven staan terwijl alles beweegt.

Daarna gebeurde er iets onverwachts.
Sanne liet ons dingen doen met ons lichaam die we nooit eerder hadden gedaan.
Kleine verschuivingen.
Rare houdingen.
Onlogische bewegingen.
En ineens kon iedereen zingen.

Nog niet perse mooi.
of netjes.
Maar wel echt.

We zongen een stukje van het lied.
Nog maar een begin.
En toch klonk het al alsof het ergens vandaan kwam.

Er was een geweldige bas.
Die stond daar gewoon.
Alsof hij daar altijd had gestaan.
Alsof het onvermijdelijk was.

Vijftien mensen.
Een ruimte.
Een lied dat begon.

Dat was de eerste repetitie.

En we zijn nog maar net binnen.