Er was een avond.
Hij begon met curry.
We aten.
We vertelden wie we waren.
Soms klopte het verhaal.
Toen zeiden Brecht en Marte:
“Kom, we gaan spelen.”
Er werd bewogen.
Er werd gelachen.
En terwijl wij speelden
deed iemand de afwas.
Dat is misschien wel het belangrijkste:
dat er gespeeld werd
en dat de pannen schoon werden.
Aan het einde hing er iets in de lucht
dat nog geen naam heeft.
Gelukkig maar…




